Snert

Rate this post

Snert. De soep aller soepen. Of overdrijf ik nu? Misschien een klein beetje, maar ik kan zo enorm genieten van een lekker bordje Hollandse erwtensoep. Het kost even wat tijd om te maken en in mijn geval heb ik dan soep voor een weeshuis voor m’n up, maar dat mag de pret niet drukken.

Snert

Stiekem kan ik snert dus het hele jaar door eten. Ja, ook in de zomer. Misschien juist vooral in de zomer. Ja, ik ben een beetje raar.

Eigenlijk hoort echte snert met een varkenspoot gemaakt te worden, maar daar kan ik, wonende in buurt met weinig tot geen Nederlandse slagers, lastig aan komen. Daarnaast maakte mijn moeder het altijd met schouderkarbonade en die zijn ook nog eens heel vaak in de aanbieding bij de diverse supermarkten. Lekker budget dus.

Wat heb je nodig?
(voor een flinke pan soep, minstens 6 flinke porties)

– 2 schouderkarbonades
– 100 gram spekreepjes
– 500 gram spliterwten
– 2 liter water
– 1 winterwortel, in blokjes
– 1 halve knolselderij, in blokjes
– 2 preien, of 1 grote, in halve ringetjes

– 2 aardappels, of 1 grote, in blokjes
– 2 uien, grof gesnipperd
– 1 rookworst, in plakjes
– een flinke handvol selderie, grof gehakt
– zout en peper, naar smaak

Hoe maak je het?

Spoel de spliterwten goed af. Ze hoeven niet voorgeweekt te worden. 

Zet de erwten samen met de schouderkarbonade en de spekjes op in het water en laat langzaam aan de kook komen. Laat de soep 1,5 uur zachtjes koken. Schep het schuim eraf (let op dat je geen spekreepjes meeschept). En roer regelmatig door om aankoeken te voorkomen. 

Snijd intussen de groentes en de aardappels. 

Voeg na een half uur de gesneden groenten toe en laat het nog een half uurtjes zachtjes pruttelen. Vergeet ook nu niet af en toe te roeren. 

Vis de karbonades uit de soep en laat deze een beetje afkoelen op een snijplank of een bord. Doe alvast de plakjes rookworst in de soep en de selderie in de soep. Als de karbonades zover zijn afgekoeld dat je ze kan vast kan pakken, verwijder dan het bod en eventueel de vetstukjes en trek het vlees in stukjes. Je kunt het ook snijden, maar zelf vind ik het makkelijk om het vlees te ‘plukken’, vooral omdat ik dan makkelijker het bot en het vet kan verwijderen zonder vlees te verspillen.

Roer dit goed door en laat de soep nog 15 minuutjes zachtjes pruttelen. Proef de soep en kruidt af met zout en peper naar smaak. 

Helaas komt nu het moeilijkste: de soep moet nu een dag blijven staan. Laat de pan dus, met de deksel erop, staan tot de volgende dag. In de winter kun je dit gewoon op je gasfornuis doen. Wil je dit liever niet, laat de soep dan afkoelen en zet deze in de koelkast. 

De volgende dag is de soep heerlijk dik geworden. Vind je hem te dik, kun je er dan altijd nog water aan toevoegen. 

Serveer met roggebrood en katenspek, of gewoon met bruine boterhammen zoals ik dat doe. (Ik lust namelijk geen roggebrood.)

Eet smakelijk!

Tip: Het klinkt misschien gek, maar je kunt de snert ook met rijst eten. Het is dan lekkerder is ie iets minder dik is. Schep rijst in een bord of soepkom en serveer daar de erwtensoep over. Garneer met een beetje sambal en gebakken uitjes. 

Print Friendly, PDF & Email

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.